Pest met mate

Door onze nieuwe redacteur Bas Clerx – schrijvend als docent aan het Sint-Oelbertgymnasium te Oosterhout.

In de Oudheid raakte het leven van alledag maar al te vaak ontregeld door “de pest”. Welke ziektes precies schuilgingen onder die naam is niet duidelijk, maar feit is dat epidemieën met regelmaat hard toesloegen in de mensenlevens uit de Oudheid.

In de ogen van veel mensen was de pest een mechanisme waarmee goden de zondige mensheid konden straffen. Toch was dit voor de goden zelf niet zonder gevaar. Voor goden gold: pest met mate.

Hoe ga je als god om met zondige mensen? Je straft ze met plagen in de hoop de ziekelijke gewoontes uit te roeien. We kennen deze verklaring van ziektes maar al te goed uit de oudheid.

Apollo strafte de Grieken in hun legerkamp bij Troje met de pest, toen hun aanvoerder Agamemnon weigerde de dochter van Apollo’s priester Chryses terug te geven. Het was de hooghartige behandeling van zijn priester, die de god in woede deed ontsteken. Dat Oedipus onnozel zijn vader van kant had gemaakt en met zijn moeder een nieuwe dynastie te Thebe was begonnen, zorgde ervoor dat de pest uitbrak in de stad en dat velen het leven moesten laten: er was immers een smet in de stad die gezuiverd moest worden.

De mens is natuurlijk overgeleverd aan de grillen van de goden, maar men voelde ook aan dat de goden de mensheid nodig hadden om aan hun broodnodige verering te komen. Zo laat Plato in het Symposium de dichter Aristophanes het verhaal vertellen van de dubbelmannetjes. In de oorsprongsmythe van de seksuele aantrekkingskracht tussen mensen (je had man-man, man-vrouw en vrouw-vrouw) waren de dubbelmannetjes zo vervaarlijk geworden dat ze het waagden zich te meten met de goden. De mensheid uitdunnen was geen optie, want dat zou het aandeel offers reduceren. Als oplossing liet Zeus ze doormidden snijden tot de mens zoals we die nu kennen. Zo verdubbelde hij de potentiële hoeveelheid offers die zijn Olympische familie zou ontvangen.

Een dergelijke gedachte bestaat ook al in de in spijkerschrift overgeleverde smeekbeden van de Hettitische koning Muršili (1321-1295 v.Chr.). Zijn Anatolische rijk werd geteisterd door een plaag, maar genezing liet op zich wachten. In zijn gebed geeft hij toe dat hij en zijn voorouders de straf over zichzelf uitgeroepen hadden, maar dat de goden toch moesten overwegen om de plaag te staken, omdat zij anders een tekort zouden krijgen aan offers. Deze notie gaf de mens dus een onderhandelingsmarge in hun contact met de goden.

Dit idee van goden die hun bestaan te danken hebben aan menselijke aandacht zien we bijvoorbeeld ook terug in het boek American Gods van Neil Gaiman (2001). Daarin volgen we als lezers de goden die met hun vereerders in Amerika zijn gestrand. Terwijl de talloze Jezussen er vitaal bijlopen, leiden de oude pagane goden een armetierig bestaan bij gebrek aan voldoende verering en soms eindigen ze dood in de greppel. Goden sterven uit zonder de mens.


'Pest met mate' has no comments

Be the first to comment this post!

Would you like to share your thoughts?

Your email address will not be published.

Deze website is onderdeel van de Vereniging Classici Nederland en gerealiseerd door X11 Creatie.