Door Otto Gradstein
Eind mei verscheen een opiniestuk in de Volkskrant over de vermeende schadelijkheid van de bubbel waarin gymnasiasten zouden leven. Op dit artikel, met enigszins schokkende en generaliserende titel (“Gymnasiumleerlingen zijn een gevaar voor de samenleving”) kwam commentaar. (Zie de lezersreacties.) Tegelijkertijd zijn er reële zorgen over de homogene leerlingenpopulatie op sommige gymnasia, waarin een eenzijdige en superieure blik op de wereld kan ontstaan. Deze categorale gymnasia kunnen wezensvreemd en ondoordringbaar voelen voor kinderen van ouders die zelf geen vwo-opleiding gevolgd hebben.
Eerder in mijn loopbaan heb ik op zo’n meer homogeen gymnasium gewerkt. Ik voelde me daar door mijn eigen achtergrond zelf behoorlijk senang, maar nu ik op een wat diverser gymnasium werk zie ik hoe verrijkend zo’n omgeving is. Door met leerlingen (en collega’s) van allerlei achtergronden om te gaan opent zich als het ware een venster naar de wereld en ontstaat er begrip voor verschillende gebruiken en waarden.
Schoolleiders en docenten van categorale gymnasia zijn zich bewust van dit soort effecten en streven ernaar dat bij alle leerlingen het ‘thuisgevoel’ (feelings of belonging, zoals het in de wetenschappelijke literatuur wordt genoemd) wordt versterkt. Om te onderzoeken welke interventies kunnen helpen om leerlingen zich thuis te laten voelen heeft de Stichting Het Zelfstandig Gymnasium (SHZG) in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) afgelopen vijf jaar een actieonderzoek uitgevoerd. Van de website van het SHZG:
“… scholen werkten aan het vergroten van het thuisgevoel door gesprekken met leerlingen over ervaringen van uitsluiting, trainingen voor docenten rondom discriminatie en inclusieve communicatie, of de oprichting van leerlingclubs rond diversiteit en ontmoeting. (…) Daarbij kwam steeds weer naar voren dat kansengelijkheid ook draait om dagelijkse omgangsvormen, herkenning, representatie en bewustwording van impliciete normen.”
Op gymnasia is steeds nadrukkelijker aandacht voor kansengelijkheid en het openen van de ogen voor de wereld buiten de bubbel. Juist de klassieke talen lenen zich daar goed voor. De teksten die we bestuderen komen per definitie uit een wereld die door tijd en plaats ver van ons af staat, maar door universele thema’s met ons verbonden is.
Met mijn leerlingen in klas 5 Grieks richten we ons op dit moment op de poëzie van de dichteres Sappho. In de Oudheid wereldberoemd, en later als unicum voortlevend: een van de weinige vrouwelijke oud-Griekse auteurs van wie we werk over hebben, en bovendien onder meer dichtend over liefde tussen vrouwen. Het woord lesbisch hebben we aan haar te danken: zij kwam van het eiland Lesbos.
Sappho schreef haar gedichten om gezongen te worden onder begeleiding van een lier, de voorloper van de harp. Het zijn dus eigenlijk lyrics (dit woord is zelf ook afkomstig van het Grieks λύρα (lyra, lier). Eén van de liederen van Sappho (nr. 31) gaat als volgt:
Gelukkig als de goden lijkt
mij de man die vlak
tegenover jou zit en luistert
naar je mooie stem
en lieve lach zodat plots
mijn hart in mijn borst bonst
zodra ik naar je kijk
stokt mijn stem
mijn tong is gebroken,
een licht vuur loopt door
mijn huid, ik zie niets meer
mijn oren suizen
zweet stroomt van mij af
een beven bevangt me
ik ben groener dan gras
het lijkt of ik dood ga
maar alles is te dragen als…
Het eind van de tekst is helaas verloren gegaan, maar ook zonder dat einde bieden deze lyrics vele mooie ingangen om met leerlingen te spreken over de overweldigende kracht van de liefde, verhoudingen tussen mannen en vrouwen en alle vormen van liefde en verlangen. Dat levert mooie en leerzame gesprekken op. Als we dan merken dat we allemaal dit soort gevoelens bij elkaar herkennen, hoe verschillend we onderling ook zijn – zelfs ook bij iemand die 2700 jaar geleden leefde – dan treden wij uit onze bubbel en zien we dat dit gaat over iets universeel menselijks.
In de toekomst zal het bij de klassieke talen alleen maar meer om de uitwisseling van gedachten rond dit soort thema’s gaan. Het hoofddoel van de vakken is in de nieuwe examenprogramma’s geformuleerd als ‘Intercultureel bewustzijn door het bestuderen van Griekse en Latijnse teksten’. Vanaf 2028 zullen leerlingen in de bovenbouw structureel de oude teksten op deze manier thematisch benaderen en verbanden leggen tussen de ideeënwereld van de oudheid en die van later tijden en onze eigen tijd.
Juist dánkzij de klassieke talen stappen leerlingen uit hun bubbel. Door de persoonlijke reflectie van de leerlingen op die thema’s en de uitwisseling daarover in de klas maken we maatschappelijke thema’s bespreekbaar en relevant en helpen we leerlingen hun blik op de wereld te verruimen. Het zijn de gymnasiumleerlingen die oog houden voor de verschillende omstandigheden en denkwijzen van de vele groepen in onze maatschappij en ze worden later juist door deze opleiding een aanwinst voor de samenleving.
Deze website is onderdeel van de Vereniging Classici Nederland en gerealiseerd door AdCon Online Marketing.
'Buiten de bubbel treden op het gymnasium' has no comments
Geef als eerste commentaar hierop!