‘Ook gij, Brutus?’

‘Ook gij, Brutus?’. Het zijn de famous last words van Julius Caesar, uitgesproken nadat hij had gezien dat zijn protégé Brutus hoorde tot de samenzweerders die hem vermoordden. Of… uitgesproken? Het citaat in deze vorm is van William Shakespeare, die het optekende in zijn toneelstuk Julius Caesar. Romeinse bronnen vertellen dat Caesar in werkelijkheid zou hebben gezegd: ‘Ook jij, kind?’ En dan wel in het Oudgrieks. En ook dit kan wel eens een verzinsel zijn, want de Romeinse historicus Suetonius bijvoorbeeld geloofde dat Caesar helemaal niets meer zei.

Brutus hoorde tot de rijke familie van gens Iunia. Naar het schijnt, had Julius Caesar een tijd lang een verhouding gehad met Brutus’ moeder. Toen in 49 voor Christus de strijd om de macht tussen Caesar en Pompeius uitbarstte, koos Brutus aanvankelijk de zijde van Pompeius – opmerkelijk, omdat diezelfde Pompeius enkele decennia eerder Brutus’ vader had laten vermoorden. Maar nadat Caesars troepen die van Pompeius hadde verslagen in de slag bij Pharsalus verontschuldigde Brutus zich tegenover Caesar en kreeg hij vergiffenis.

Na die tijd behoorde Brutus tot de kring van intimi rond Caesar, die hem benoemde tot stadhouder in Noord-Italië en hem een baan als consul in het vooruitzicht stelde. In 44 voor Christus sloot Brutus zich echter aan bij een samenzwering van senatoren die zich ongerust maakten over de steeds maar groeiende macht van Caesar. Op 15 maart van dat jaar was het zo ver. Een groep van tientallen samenzweerders – schattingen variëren van veertig tot zestig – wachtte Caesar op in de Senaat en viel hem aan. Toen Caesar zag dat Brutus onder de samenzweerders was, zou hij zijn gezicht hebben verborgen in een toga en zonder zich te verzetten 23 dolksteken hebben gekregen – en volgens Plutarchus stak Brutus zelf Ceasar in het kruis.
Sinds Shakespeare staat het citaat ‘Ook gij, Brutus?’ voor verraad, voor een mes in de rug.

Waarom is dit verhaal nu nog steeds belangrijk?
In overdrachtelijke zin worden er vandaag de dag in politieke machtscentra nog steeds geregeld messen in de rug gestoken. Macht en verraad zijn verbonden, niet noodzakelijkerwijs, maar wel te vaak om toevallig te zijn. Het meest opvallende recente voorbeeld: de getuigenis van de zussen Astrid en Sonja Holleeder tegen hun criminele broer in het grote liquidatieproces.

Ook in de politiek valt menige rekening te vereffenen, en daarvoor hoef je niet eens de hoogste baas te zijn. Denk aan de recente broedermoord in de top van Forum voor Democratie van Thierry Baudet op tweede man Henk Otten. Of aan VVD-kamerlid Han ten Broeke, die vorig jaar het veld moest ruimen na verhalen in de krant over een relatie met een jonge fractiemedewerkster. Wat opvalt, in de politiek in elk geval: het moderne mes in de rug krijg je vrijwel altijd via de media.

Welke vragen roept dit verhaal op?
Wat hebben macht en verraad met elkaar te maken? En is het eigenlijk wel verraad? Natuurlijk, het slachtoffer voelt zich verraden, maar je zou ook kunnen zeggen dat macht altijd tegenmacht oproept.


'‘Ook gij, Brutus?’' have 2 comments

  1. 31 juli 2019 @ 23:35 Jona Lendering

    Misschien is het zinvol om erop te wijzen dat “kai su” een normale formulering is uit Griekse grafinschriften, vgl. “hodie mihi cras tibi”. Ik ben er niet zeker van dat we te maken hebben met een verwijt: Caesar kondigt de moordenaars aan dat zij zullen gaan waarheen hij reeds op weg is.

    Reply

    • 6 september 2019 @ 12:50 Stefan van den Broeck

      Nou, dat hangt af van of hij het met rijzende of dalende intonatie uitsprak. Als vraag of als mededeling. Of hoe de betekenis van een zin niet alleen van de gebruikte woorden afhangt.

      Reply


Would you like to share your thoughts?

Your email address will not be published.

Deze website is onderdeel van de Vereniging Classici Nederland en gerealiseerd door X11 Creatie.