Woord van de voorzitter (april 2026)
Door Otto Gradstein
De Oudheid is hot. Dat is het altijd geweest. De lijst met films, musicals en boeken geïnspireerd op de oudheid is schier eindeloos. Films gaan van Ben Hur (1959) en I, Claudius (boek 1934, film 1976), via Gladiator (2000), Troy (2004) en Percy Jackson (2005 – heden) tot aan het recente Gladiator 2, KAOS (beide 2024) en The Odyssey (2026). Op het toneel gooit Hadestown al jaren hoge ogen, in het boekenschap zien we sinds een jaar of vijftien een toevloed van boeken met hervertellingen van klassieke verhalen uit vrouwelijk perspectief zoals Song of Achilles (2011) van Madeline Miller, A Thousand Ships (2019) van Natalie Haynes en The women of Troy (2021) van Pat Barker, naast meerdere Young Adult-boeken die klassieke figuren moderniseren in een urban fantasy-stijl.
De verhalen en personages uit de oudheid zijn tijdloos en inspireren de hedendaagse kijker en lezer nog altijd. Bij de vakken Latijn en Grieks komen deze verhalen dagelijks aan de orde: we lezen, we interpreteren, we bediscussiëren, we bespreken wat de verhalen voor ons als moderne lezers betekenen.
Neem de Odyssee: op het eerste gezicht een spannende avonturenroman, waarin de hoofdpersoon na tien jaar oorlog ver van huis allerlei ontberingen doormaakt tijdens zijn terugtocht, aan het eind waarvan hij zijn vrouw eindelijk in de armen kan sluiten. Odysseus weet te ontsnappen aan de Cycloop Polyphemus, is de zoetgevooisde Sirenen te slim af en laveert slim tussen het monster Skylla en de draaikolk Charybdis. Thuis ontmoet hij voor het eerst sinds twintig jaar zijn zoon, die hij voor het laatst als baby gezien heeft, en rekent af met zijn concurrenten om de troon. Superspannend, en een verfilming waard.
Maar waar gáát de Odyssee eigenlijk over? Naast het universele verlangen van de mens naar een thuis en thuiskomst, gaat het ook over andere tijdloze thema’s, zoals identiteit en herkenning: Odysseus maakt voortdurend gebruik van vermommingen en verzonnen identiteiten, om zijn eigen veiligheid te garanderen en om informatie te verwerven. Zo zegt hij in eerste instantie tegen de Polyphemus dat zijn naam Niemand is, waardoor de Cycloop na door Odysseus verblind te zijn uitroept: “Help, Niemand verblindt mij!” De aangesnelde buur-Cyclopen denken dat Polyphemus gek is geworden en gaan weer terug naar huis, wat Odysseus en zijn mannen de kans geeft om te ontsnappen. Dit raakt voor ons moderne mensen aan de wens om soms anoniem te zijn, wat zeker online vaak gebeurt, maar wat op straat kan botsen met de verplichting om te allen tijde een ID-bewijs te kunnen tonen. In de klas stellen we dan de vraag: Waarom bestaat die regel eigenlijk? Heeft ieder mens recht op anonimiteit? Hoever reikt dat recht eigenlijk?
En hoe zit het met de wens om anoniem te zijn wanneer je op de vlucht bent voor een regime dat alles van je weet? Odysseus is in feite op veel momenten een asielzoeker, al is hij dan op weg naar huis: hij is berooid, de weg kwijt, heeft hulp nodig. Hoe hij ontvangen wordt is overal verschillend: van de mensverslindende Cycloop, via de letterlijk bedwelmende gastvrijheid van de lotuseters, tot de nimf Calypso die Odysseus zeven jaar lang voor haar eigen plezier gevangenhoudt en de tovenares Kirke die hem eerst in een varken wil veranderen, maar later Odysseus helpt zijn weg terug te vinden. Uiteindelijk komt Odysseus bij de Phaiaken, waar hij vriendelijk ontvangen wordt met bad, bed en brood, kan uitgerust zijn verhaal doen, en krijgt tenslotte een gratis taxiservice terug naar Ithaka. Dit leidt in de klas tot boeiende discussies over gastvrijheid en hoe om te gaan met asiel en migratie, juist nu.

De Phaiaakse prinses Nausikaä helpt de aangespoelde Odysseus
De waarde van deze verhalen is onmiskenbaar. De VCN hecht er daarom aan te benadrukken dat gymnasiaal onderwijs voor elke geïnteresseerde vwo-leerling beschikbaar moet zijn en blijven. De scholen die een gymnasiumopleiding aanbieden moeten (net als alle scholen) voldoende financiering en ondersteuning krijgen om te blijven bloeien. Nu bereiken ons soms berichten dat scholen bezuinigingen botvieren op het gymnasium door te snijden in het aantal lesuren per week, klassen uit jaar 5 en 6 samen te voegen, of zelfs door leerlingen (online) uit te besteden aan andere scholen. Dit soort ingrepen heeft een direct negatief effect op de onderwijskwaliteit, en zou dus koste wat kost vermeden moeten worden.
Eventuele bezuinigingen kunnen beter gezocht worden in bijvoorbeeld het snijden in de kosten van dure schoolboeken en ICT-licenties. De overheid kan daarbij helpen door regelgeving om monopolies en verspilling tegen te gaan. Dan kan het belastinggeld waar scholen op drijven weer terecht komen waar het hoort: inspirerende lessen van bekwame docenten. En kunnen gymnasiasten met recht zeggen: Homerus heeft echt goede vibes!
Deze website is onderdeel van de Vereniging Classici Nederland en gerealiseerd door AdCon Online Marketing.
'Inspirerende verhalen in de klas' has no comments
Geef als eerste commentaar hierop!