“Moeten we dit weten voor de toets?”

Burgerschap in het Klassieke-talenonderwijs | Door Lidewij van Gils

De vraag “Moeten we dit ook weten voor de toets?” roept bij veel docenten, en zeker ook bij mij, altijd een zekere wrevel op. Alsof je je leerlingen bij de lessen Latijnse en Griekse Taal en Cultuur alleen voorbereidt op de toets en niet op het leven zelf. Het credo Non scholae, sed vitae discimus (‘We leren niet voor school, maar voor het leven.’) vinden we in bepaalde vorm al terug bij de eerste-eeuwse filosofische leraar Seneca. Als docente Klassieke Talen herken ik me hier nog steeds in. Toetsing van kennis en vaardigheden is heel waardevol, maar vooral als onderdeel van de vorming van kritische, empathische en verantwoordelijke burgers die vragen durven stellen, ook over principes en vooronderstellingen.

Lessen over de oudheid zetten, meer dan we ooit kunnen toetsen, aan tot allerlei geesteswetenschappelijke inzichten en vragen. Die vragen gaan vaak over wat het betekent om als mens in een bepaalde historische context te komen tot je overtuigingen, handelingen of besluiten. Bijvoorbeeld, over waarom Plato de democratie niet de ideale staatsvorm vond. Of over waarom de vroege Christenen vervolgd werden en over wat deze martelaars en de Romeinse bestuurders die ermee te maken hadden dreef tot hun daden. Deze vragen gaan over lang vervlogen tijden, maar een zoektocht naar antwoorden zal onverminderd relevant blijken, omdat de argumentaties nog altijd herkenbaar zijn.

De Griekse en Romeinse bronnen die we lezen op scholen geven ook aanleiding tot vragen over gevoelige thema’s, zoals liefde en verlangen, vriendschap en vijandschap, verbondenheid met een ander of met een groep, en natuurlijk conflicten over principes, loyaliteit, bezit of macht. De teksten die we lezen zijn niet voor niets meer dan twintig eeuwen bewaard: elke generatie heeft weer een reden gezien om de teksten te bestuderen. In leslokalen gaan de gesprekken tijdens de vakken Latijn en Grieks soms over persoonlijke dilemma’s, de kracht en schoonheid van taal en de onmogelijkheid om een tekst uit een andere taal en cultuur precies te vertalen. Het is de herhaalde worsteling met deze problematiek die tegelijk over een andere wereld gaat en dichtbij eigen overtuigingen komt die leerlingen vormt en hen zelfvertrouwen geeft op een niveau dat ver uitstijgt boven het slagen voor een kennistoets.

De vakken Griekse en Latijnse Taal en Cultuur bieden de leerling een kans vragen te stellen over talen en culturen en te zien hoe complex het is om daar antwoorden op te vinden. Wie geleerd heeft in Griekse en Romeinse bronnen op zoek te gaan naar een antwoord, zal zich niet snel tevreden stellen met een oppervlakkige redenering, een slordige argumentatie of onzorgvuldig taalgebruik. En wie Plato’s twijfel over de democratie heeft gelezen of Seneca’s vraagtekens bij de slavernij, kan ook in hedendaagse debatten genuanceerd naar de verschillende kanten van een discussie kijken alvorens een eigen standpunt te formuleren. Geven we bij lessen Klassieke Talen les in burgerschap? Zeker. Krijgen we dat op de toets? Misschien.

dr. L.W. (Lidewij) van Gils is docent aan de Universiteit van Amsterdam


'“Moeten we dit weten voor de toets?”' has no comments

Be the first to comment this post!

Would you like to share your thoughts?

Your email address will not be published.

Deze website is onderdeel van de Vereniging Classici Nederland en gerealiseerd door X11 Creatie.