Verhaal: Langzaam

Van Anneke Korevaar, docente GLTC op het RML Rotterdams Montessori Lyceum ontvingen we onderstaand verhaal. Zij schreef dit zo’n vijftien jaar geleden voor het informatieblad van de school, om zonder opdringerig te zijn stiekem wat leuke dingen van de klassieken talen-vakken onder de aandacht te brengen.

 

“AROUND THE WORLD IN EIGHTY DAYS (1956): zeer lange, maar fraaie avonturenfilm naar Jules Verne’s klassieke verhaal.”

Eén van de films die tijdens de kerstdagen op de televisie werden uitgezonden, werd in de krant op deze manier aangekondigd: “zeer lange, maar fraaie film”. Een film die mooi is en drie uur duurt, stelt de recensent blijkbaar voor een probleem.

Juist de kerstdagen met die heerlijke zee van vrije tijd maakten dat mijn gedachten bleven haken achter dat woordje maar. Waarom stond daar niet en? Of want? Of voor mijn part dus? Als de film zo fraai is, is het dan niet juist een voordeel dat hij lang duurt?

Films als “The Sound of Music” en “Mary Poppins”  mochten vroeger rustig drie uur duren en daarmee vulden ze op een aangename manier een complete middag. Maar de veel modernere tekenfilm “Chicken Run”, die ook rond kerst werd uitgezonden, duurt tachtig minuten. Als de makers van “Chicken Run” het gewaagd zouden hebben om hun film tweemaal zo lang te maken, dan zouden wij er vermoedelijk niet naar kijken. Kom zeg, drie uur? Dus dat je om één uur gaat zitten en pas om víer uur weer opstaat? Je hele middag naar de haaien!

De dominee heeft dit goed begrepen. Ging men vroeger nog rustig tweemaal op een zondag naar de kerk om daar tweemaal een preek van een uur te beluisteren (voor velen een hoogtepunt in de week, vooral vanwege het entertainment dat ermee geboden werd in een tijd zonder internet en televisie), tegenwoordig mag je de gelovigen maximaal een kwartier toespreken. Daarna beginnen ze te draaien en te mompelen en op de telefoon te kijken, en vergaat hun de lust om volgende week weer te komen. Er is meer te doen op een zondag dan in de kerk zitten.

Ook de slager en de groenteman hebben het gesnapt. Biefstukjes à la minute kosten nog slechts drie minuutjes baktijd, en hoe een echte boerenkool eruitziet, weet bijna niemand meer: die zit panklaar, zorgvuldig voor u gewassen, in een zakje. Koken is leuk, maar het moet wel een beetje opschieten.

Het ministerie van Onderwijs, voortdurend in direct contact met het veld, ziet dat deze ontwikkeling zich ook in kinderen voltrekt. Vroeger, toen u en ik jong waren, hingen wij urenlang geboeid aan de lippen van onze leraar. Die man kon vertellen! We voeren als matroos mee met Willen Barentsz en voelden de ijzige kou van Nova Zembla door onze buisjes blazen. We trokken achter Napoleon aan over de Berezina, met Hannibal en zijn olifanten over de Alpen, met Julius Caesar over de Rubico en we wierpen samen met hem de teerling – en als het verhaal was afgelopen, slaakten wij een diepe zucht en merkten toen pas op dat het intussen buiten zachtjes was gaan sneeuwen.

Moet je de kinderen van vandaag zien! Ze chatten en appen, hebben baantjes en gaan uit, ze zitten geen kwartier meer stil. De minister heeft er het complete onderwijs op aangepast. De leraar mag niet langer dan tien minuten per les aan het woord zijn, want onderzoek heeft uitgewezen dat  de moderne mens zich niet langer dan tien minuten aan een stuk kan concentreren. Er dient een voortdurende afwisseling van lesvormen te zijn. Een eindexamen van drie klokuren achter elkaar, zoals dat nu nog bestaat, is eigenlijk volkomen passé; ik voorspel u, dat duurt geen twee jaar meer. Waar zijn de kinderen met zitvlees zoals u en ik gebleven?

De u en ik van toen bestaan niet meer. Het is zelfs maar de vraag of wij in die vorm ooit hebben bestaan, maar laat ik niet afdwalen. Hoe stoer wij ook onze kinderen vertellen over hoe intens wij vroeger konden genieten van een eindeloze zomervakantie en van het zuigen op een katjesdropje, ik vrees dat de meesten van ons daarover alleen nog maar in de verleden tijd kunnen spreken.

Wie van ons zit er tegenwoordig nog wel eens drie uur achter elkaar stil, met een boek of met een breiwerkje of een puzzel van tweeduizend stukjes? Ik moet toegeven: ik niet. Ik heb daar een vaag schuldgevoel over en overweeg zelfs een van die cursussen te gaan volgen waarbij je dat weer kunt leren.

Ervan genieten dat iets leuks lekker lang duurt, dat doen wij niet meer zo. Raar eigenlijk. Waarom zijn leuke dingen des te leuker als ze in hoog tempo voorbijgaan? Komt het door wat ik maar noem het Londense metro-effect? Ik was eens op vakantie in Londen en verbaasde me erover dat iedereen in de metrostations zo hard liep. Men stoof door de tourniquets, elleboogde zich een weg over de roltrappen, holde over de perrons. “O wat heerlijk dat ik dat niet hoef”, dacht ik. “Ik heb lekker vakantie, ik heb de tijd.” Maar binnen twee dagen betrapte ik mezelf er op dat ik net zo hard liep mee te rennen als de rest. Als ik me namelijk in vakantietempo voortbewoog, liep ik mensen in de weg. Het was beter dat ik me maar aanpaste aan hun tempo. Dat had als bijkomend voordeel dat ik des te sneller nóg meer toeristische attracties kon aflopen. En daar liep ik dan te rennen in mijn vakantie, net zo hard als al die andere idioten.

Het is maar een theorietje, maar ik denk dus dat het door u komt dat ik zo gehaast ben. En u mag rustig mij de schuld geven. En dat de jeugd van tegenwoordig niet meer kan stilzitten, komt doordat wij onze kinderen ook niet bepaald het goede voorbeeld geven. We passen ons aan elkaars tempo van leven aan. Als je een lager tempo gaat aanhouden, ga je mensen in de weg lopen. En om dat vol te houden, moet je sterk in je schoenen staan. Je moet tegen een duw en een stoot kunnen, je moet er tegen kunnen dat men je uitscheldt. Toen de Romeinse tiener Plinius in het jaar 79 met zijn  moeder aan zijn hand vluchtte voor de uitbarsting van de Vesuvius, kreeg hij tot zijn verbazing de halve stad achter zich aan. Waarom? “Omdat in een panieksituatie de mensen geneigd zijn om het oordeel van anderen te verkiezen boven dat van zichzelf”, schrijft Plinius. Als we druk en gehaast en in paniek zijn, rennen we als kippen zonder kop achter elkaar aan, in plaats van ons eigen plan te trekken. Is dat het?

Gymnasiasten moeten zich vaak verantwoorden voor hun keuze voor Latijn en Grieks. Het onmiddellijke rendement van de vakken is niet goed te meten. Ga je op vakantie naar Italië, dan spreken ze daar al vijftienhonderd jaar geen Latijn meer; de paus is de enige die er soms nog een beetje in liefhebbert. En in het moderne Griekenland kun je niet eens een brood kopen met je kennis van Homerus en Plato. Klassieke Talen zijn daarbij ook nog eens veruit de langzaamste vakken van de hele school. We lezen iedere letter die er staat, we lezen soms zelfs dingen die er niet staan. Vaak lezen we dezelfde tekst tweemaal, eenmaal vanwege de taal, eenmaal om de inhoud. We zijn tevreden over onszelf als we per les tien dichtregels lezen. We gunnen ons dan ook de tijd om door te dringen tot op het bot van de taal en tot de fijnste graatjes van de verteltechniek. Het woordje maar ontgaat ons niet, onze gedachten blijven er achter haken. De verhalen die we lezen, duren zeer lang, met Odysseus varen we tien avontuurlijke jaren over de zeeën, maar we vervelen ons niet. We zijn een examenjaar lang bezig met de voors en tegens van verschillende politieke systemen maar we maken geen haast. Ik heb het voorrecht een zeer langzaam, want fraai vak te mogen geven. En dat is juist in deze tijd iets heel bijzonders.



'Verhaal: Langzaam' has no comments

Be the first to comment this post!

Would you like to share your thoughts?

Your email address will not be published.

Deze website is onderdeel van de Vereniging Classici Nederland en gerealiseerd door X11 Creatie.