De Olympische Spelen en de Olympische vrede

De Olympische Spelen werden eeuwenlang gehouden in Olympia, een plaatsje op het Griekse schiereiland Peloponnesos. De eerste spelen werden gehouden in 776 voor Christus; de laatste in 393 na Christus, toen de Romeinse keizer Theodosius ze verbood.

In de loop van de eeuwen groeiden de spelen uit tot een steeds groter evenement. Aanvankelijk waren er alleen hardloopwedstrijden, maar later kwamen daar sporten bij als paardenrennen, boksen, worstelen, pankration – een combinatie van die twee – en de pentatlon, een vijfkamp waarbij de deelnemers ook moesten verspringen, speerwerpen en discuswerpen. In het begin was er niet meer dan een zandvlakte als sportterrein, maar in de vierde eeuw voor Christus kwamen er tribunes die tienduizenden toeschouwers konden bergen.

De winnaars van de Olympische Spelen kregen een symbolische prijs, een krans van heilige olijftakken. De beloning die in hun woonplaats op hen wachtte was echter allesbehalve symbolisch; vaak werden ze daar levenslang vereerd en kregen ze een uitkering en allerlei voorrechten.

Net als nu waren de spelen het podium waar helden worden gemaakt. De bekendste was misschien wel Milo van Croton, de beroemdste worstelaar aller tijden. Hij won de Olympische Spelen zes keer achter elkaar (van 540 tot 516 voor Christus). Van hem werd gezegd dat hij elke dag een heel rund at, en veel van zijn tegenstanders trokken zich terug voordat ze hem ook maar hadden aangeraakt.

Uit de Griekse oudheid stamt ook het idee van de Olympische vrede. Voor het begin van de Olympische Spelen werd een wapenstilstand afgekondigd, zodat de deelnemers veilig van en naar de spelen konden reizen. Stadstaten mochten tijdens die vrede geen gewapend conflict beginnen.

Noord Korea en Zuid Korea doen dit jaar onder één vlag mee aan de Olympische Winterspelen in Pyeongchang

Waarom is dit verhaal nu nog steeds belangrijk?

Net als de Olympische Spelen bestaat ook de Olympische vrede nog steeds, in naam in elk geval. Sinds 1993 neemt de algemene vergadering van de Verenigde Naties elke twee jaar een resolutie aan die de leden oproept een maand lang de vrede te bewaren: van een week voor het begin van de spelen tot een week na de sluiting, zodat alle deelnemers weer veilig thuis kunnen komen.

De symbolische waarde van de Olympische vrede bleek ook weer dit jaar. In een tijd van grote internationale spanning waren de winterspelen de aanleiding voor toenadering tussen Noord- en Zuid-Korea.

Helemaal onomstreden is de Olympische vrede overigens niet. In 2002, het jaar van de Olympische Winterspelen in Salt Lake City, was de Olympische vrede aanleiding voor een internationale rel. Islamitische landen verweten de VN dat de spelen aanleiding waren om op te roepen de wapens neer te leggen, terwijl de internationale gemeenschap kort daarvoor een oproep had genegeerd om Afghanistan niet te bombarderen tijdens de vastenmaand Ramadan.

 

Welke vragen roept dit verhaal op?

Sport is een wonderlijk verschijnsel, net als cultuur. Het staat tot op zekere hoogte los van belangrijke realiteiten zoals de politiek en de economie; het kan bruggen slaan die anders lastig zijn te realiseren. Het kan de bron zijn van gezworen vijandschap – denk aan Ajax en Feijenoord – maar ook verbroederen als geen ander. Dat nodigt uit om onszelf af te vragen: wat is sport, dat het dit allemaal tegelijk kan zijn?



'De Olympische Spelen en de Olympische vrede' has no comments

Be the first to comment this post!

Would you like to share your thoughts?

Your email address will not be published.

Deze website is onderdeel van de Vereniging Classici Nederland en gerealiseerd door X11 Creatie.